Naamloos ...

De naamloze rijke en de arme Lazarus.
(Lucas 16:1-31)

Toen ik het onlangs in de voorbereiding voor een viering weer las, bedacht ik: Dit verhaal zou moeten worden voorzien van een bijsluiter! In het navolgende zal ik proberen duidelijk te maken waarom.
In onze werkelijkheid, en dan niet alleen vandaag maar in een groot deel van onze geschiedenis blijven de armen naamloos. En gezichtsloos. Je loopt er zo maar aan voorbij, de zwervers, de bedelaars, de vluchtelingen. De mensen die ‘het hebben gemaakt’ hebben een naam. Een naam die in grote letters in de kranten, de boeken, de politiek en het bedrijfsleven tot klinken wordt gebracht.
In dit verhaal wordt de wereld op z’n kop gezet! De rijke is degene die geen naam heeft. ‘Dat mag geen naam hebben’ zeggen we en bedoelen daarmee dat het niks voorstelt, dat je je er niet druk om hoeft te maken. De rijke stelt niks voor? Hoe bedoelt u? Bent u wel van deze wereld? De verteller van dit verhaal, dit onvoorstelbaar tegendraadse verhaal kijkt naar de bestaande werkelijkheid vanuit een totaal ander perspectief! Een goddelijk perspectief. Je zou kunnen zeggen dat dit de manier is waarop God naar onze bestaande werkelijkheid kijkt. Daarin krijgt de arme, de mens op het randje, alle aandacht en een naam! Lazarus! ‘God helpt’ betekent zijn naam. En daar begint het al weer te schuren! God helpt? Hoezo? Je ziet toch hoe die mens, hoe ‘God helpt’ er aan toe is?! Als dat waar is, dan stelt die hulp van God niet zo heel veel voor! Pas in het hiernamaals krijg Lazarus het goed. Maar pas op! Dit is niet, of tenminste niet in de eerste plaats, een verhaal over een leven na dit leven, over een hiernamaals! Het is een verhaal over een hiernumaals, waar ‘de mens op het randje’, de uitgeslotene, Gods volle aandacht krijgt. En zijn naam; ‘God redt’ is bestemd voor de naamloze rijke!! Lazarus ligt daar met een appel op de rijke, ZODAT DIE DE KANS KRIJGT EINDELIJK MENS TE WORDEN! Volgens allerlei manieren van denken en kijken mag die er geslaagd uit zien; als mens stelt hij niks voor! De arme ligt daar als Gods redding voor de rijke! Laat dat eens goed doordringen …
Soms krijg je bij lezing van deze en soortgelijke verhalen de indruk dat God een hekel heeft aan rijkdom, aan gulheid, aan de rijke zelf. Maar dat is onzin!! Gods gulheid kent geen grenzen, maar die is niet voor enkelingen, voor gunstelingen bestemd, maar voor allemaal! Het ontbreekt hier aan ruimte om daar verder op in te gaan, maar mocht u daarover willen praten … van harte welkom!

Naastepad schrijft: “De poort van de hel gaat dicht als de poort van de rijke open gaat!” En dat geldt beide kanten op! Als de naamloze rijke zijn poort en zijn hand opendoet, houdt de hel van de arme, kansloze mens op! Maar ook die van de rijke! Want met alle pracht en praal is het een leeg en zinloos en dus hels bestaan. De rijke krijgt een naam als hij medemens wordt! En wij? Mogen wij in die zin een naam hebben?

Dirk Engelage

 

P.S. Je zou eens met deze blik moeten kijken naar het beleid van onze regering, met daarin zich christelijk noemende partijen! Landelijk, Europees, wereldwijd. Hoe gaan we met de Lazarussen van onze tijd om? Mag dit eigenlijk wel een naam hebben? Of blijven zo de poorten van de hel wagenwijd openstaan?

Wie het weet mag het zeggen!

 

Reageren? Graag zelfs!